Er ontstaan pas problemen als het voorwerp waar u naar kijkt niet op het netvlies wordt afgebeeld, maar juist ervoor. Het voorwerp wordt dan als een wazig beeld waargenomen. Een negatieve lens voor het oog kan de invallende lichtbundel zodanig breken dat het voorwerp weer keurig op het netvlies wordt afgebeeld en daarmee haarscherp wordt waargenomen.
Over het algemeen vormt deze afwijking van het oog zich tussen het 10e en 25e levensjaar.
Afhankelijk van de mate van bijziendheid kan iemand met myopie beter dichtbij zien dan veraf. Een bijziende geeft er de voorkeur aan dichterbij de televisie te gaan zitten en heeft, in meer of mindere mate, moeite met het lezen van verkeersborden op afstand. Kinderen gaan daarom bijvoorbeeld voor in de klas zitten om het bord beter te kunnen lezen. Ter correctie gaat een bijziende vaak -knijpen- met de ogen om scherper te kunnen zien. Myopie of bijziendheid komt vaker voor dan hypermetropie of verziendheid.