-
-
-
-
-
--
--
-
-
Oogmeting

-
-
-
-
-
--
--
-
-

De oogmeting (of refractie) bepaalt hoe sterk een brillenglas voor een oog moet zijn.
Het brillenglas moet de lichtstralen zo buigen dat zij correct op het netvlies terecht komen.

Een optometrisch onderzoek kan worden opgedeeld in de volgende onderdelen:
  1. De anamnese (voorgeschiedenis)
  2. De objectieve oogmeting
  3. De subjectieve oogmeting

Om u goed te kunnen helpen dient een zo betrouwbaar mogelijk beeld te worden verkregen. Hiervoor dient inzicht verkregen te worden in uw optische-, oogheelkundige- en medische voorgeschiedenis, inclusief (oog)afwijkingen in de erfelijke lijn. Aan de hand van deze informatie kan de optometrist zijn onderzoek aanpassen. Medicijngebruik en bepaalde ziektebeelden kunnen namelijk een directe invloed hebben op onze waarneming, de brilsterkten en het welzijn van de ogen.

Bij de objectieve oogmeting is tijdens de meting geen communicatie tussen de optometrist en de klant. Deze methode wordt o.a. toegepast als communicatie onmogelijk is, maar ook als uitgangspunt voor een subjectieve meting. Een objectieve oogmeting wordt gedaan door middel van een oogmeetcomputer (autorefractor).

Bij de subjectieve oogmeting worden tijdens de oogmeting de visuele bevindingen aan de klant gevraagd. In geval van de subjectieve oogmeting worden verschillende glazen voor de ogen geplaatst. Met ‘de letterproef' kunnen de visuele verbeteringen gevolgd worden en de brilsterkte nauwkeurig vastgesteld worden. Het voordeel van een subjectieve oogmeting is dat niet alleen de optische waarden van het oog worden gemeten, maar ook de waarnemingen van beelden via de hersenen. Het kijkproces speelt zich namelijk voor het belangrijkste deel af in de hersenen.

Indien er ernstige aandoening aanwezig zijn of in geval van een nieuwe aandoening aan het oog zal de klant doorverwezen worden naar een oogarts.


© 2008 - Optiek Baes | PC Deluxe Comsa